Veiligheids- en onderhoudszones

Rond de platformen en de kabels van de netaansluiting van het windpark gelden bepaalde veiligheids- en onderhoudszones, zowel op zee als op land.

Op zee

Rond de twee platformen en de vier kabels geldt een veiligheids- en onderhoudszone van 500 meter. De kabels liggen 200 meter uit elkaar. Dat betekent dat de totale ‘corridor’ op zee 1600 meter bedraagt. Daar gelden beperkingen voor bodemgebruik, zoals zandwinning en de bouw van objecten. Op de scheepvaart hebben deze zones een  beperkte invloed als de kabels en platformen eenmaal zijn aangelegd. Hier geldt dat ze wel mogen varen maar niet mogen ankeren. In de Westerschelde is er minder ruimte, hier is de breedte van het kabeltracé 700 meter.

Op land

Het tracé van de kabels op land loopt in principe niet over gevoelige bestemmingen. Ze komen ondergronds te liggen. Dat betekent dat er in het landschap straks niets van is te zien en dat er maar een kleine zone is waarvoor beperkingen gelden.Landbouwactiviteiten zijn in principe mogelijk op deze strook (behalve diepwortelende gewassen), maar er mag niet gebouwd worden. Ook moet TenneT vrij over deze grond kunnen beschikken voor de aanleg en het onderhoud van de verbinding. Dat wordt vastgelegd in een zogenoemd zakelijk recht overeenkomst. Naast deze strook is tijdens de aanleg ook een werkstrook nodig voor grondopslag, rijplaten et cetera. Grondeigenaren worden daarvoor gecompenseerd.