Net op zee

Veiligheid, betrouwbaarheid en betaalbaarheid zijn belangrijke uitgangspunten bij de netaansluiting van de toekomstige windparken op zee. Om kosten te besparen en schaalvoordelen te benutten, gebruikt TenneT voor alle windparken dezelfde, toekomstbestendige techniek.

Ingrediënten van het net op zee

TenneT plaatst een groot, gestandaardiseerd platform dichtbij de windparken waar de windturbines direct op kunnen aansluiten. Het platform is  via twee onderzeese 220 kV-kabels verbonden met het vasteland, zodat de windenergie bij een eventuele storing aan één kabel (deels) via de andere kabel de kust kan bereiken. TenneT legt het net op zee nadrukkelijk aan vanuit een langetermijnvisie, rekening houdend met een eventuele verdere ontwikkeling van de opwekking van windenergie op de Noordzee na 2023. Dit houdt in dat TenneT een verdere uitbreiding en eventuele koppeling op zee niet uitsluit.

Zichtbaarheid net op zee

Op zee is alleen het platform zichtbaar.  De zeekabels bevinden zich onder water. Het platform staat vlak bij de windparken en komt zo’n 25- 30 meter boven zeeniveau uit. Hoe zichtbaar het windpark is vanaf de kust, is onder meer afhankelijk van het weer, het seizoen en het tijdstip op de dag. De overheid heeft animatiebeelden laten maken. Klik door om te zien hoe zo’n windpark er vanaf de kust ongeveer uit komt te zien. De beelden zijn gemaakt voor verschillende afstanden. In de Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee Aanvulling Hollandse Kust is voor Hollandse Kust (noord) een extra strook aangewezen, op 10 tot 12 nautische mijl (circa 18,5 tot 22 kilometer) uit de kust, aansluitend op de al eerder aangewezen windenergiegebieden, vanaf 22 kilometer uit de kust.  Het Kabinet nam hierover in december 2016 een besluit.

Zichtbare aanpassingen voor de aansluiting op land

Op land wordt de verbinding via ondergrondse kabels aangesloten op een (nieuw te bouwen) transformatorstation. Vanuit het transformatorstation gaat ook weer een ondergrondse kabel naar het hoogspanningsstation waar de verbinding aangesloten wordt op het landelijke hoogspanningsnet. Er hoeven dus geen nieuwe hoogspanningsmasten geplaatst te worden. Dit hoogspanningsnet (de Randstad 380 kV Noordring) heeft voldoende capaciteit om de aansluiting van het net op zee goed te kunnen opvangen.

Naar verwachting besluit de overheid eind van 2017/begin 2018 waar de kabels precies aan land komen en op welk hoogspanningsstation zij zullen worden aangesloten.