Waarom deze route?

Het net op zee Hollandse Kust (zuid) wordt via hoogspanningsstation De Maasvlakte aangesloten op het landelijk elektriciteitsnet. TenneT heeft voorafgaand aan de keuze diverse routes voor de netaansluiting van windpark Hollandse Kust (zuid) onderzocht, in nauw overleg met o.m. de ministeries van Economische Zaken (EZ) en Infrastructuur en Milieu (IenM), de provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, gemeenten en belangenorganisaties voor visserij, scheepvaart, natuur en milieu. Vanuit hun kennis en ervaring gaven zij aan wat de belangrijkste voor- en nadelen zijn. De uiteindelijke route en aanlandplaats is vastgesteld door de ministeries, evenals het hoogspanningsstation waar de verbinding wordt aangesloten op het landelijk elektriciteitsnet.

Voorkeursalternatief

Van de mogelijke tracés werden de milieueffecten gedetailleerd onderzocht in een milieueffectrapportage (MER). De definitieve route (voorkeursalternatief) is bepaald op basis van informatie uit de MER en op basis van economische (kosten), technische, haalbaarheids- en andere maatschappelijke overwegingen. De ministers van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu nemen dit tracé op in het ontwerp-inpassingsplan. Later, na het traject van inspraak, wordt het definitieve tracé vastgesteld in het uiteindelijke inpassingsplan.

Technische en praktische factoren

Voor de locatie van de platformen en de route van de kabels gelden diverse praktische en technische eisen. Voor de platformen is bijvoorbeeld belangrijk dat ze goed toegankelijk zijn voor (onderhouds-)schepen, dat er geen obstakels zijn in een straal van minimaal 500 meter en dat ze dichtbij de windparken komen, zodat de bekabeling van en naar de windturbines zo kort mogelijk is. 

Voor de kabels geldt bijvoorbeeld dat er liefst zo min mogelijk kruisingen zijn met andere verbindingen (incl. data- en telecommunicatiekabels), dat de elektriciteitskabels van de beide platformen gebundeld naar land kunnen worden gebracht, dat gebieden die belangrijk zijn voor de natuur zo veel mogelijk vermeden worden, dat er zo min mogelijk hinder is voor andere gebruiksfuncties (scheepvaart, visserij, recreatie) én dat de route zo kort mogelijk is.